[dinsdagrubriek] Column v/d Dag (#1) – Rondje Wytgaard (FD)

Het is dinsdag 27 maart 2012, hier is uw daghapje van vandaag!

Op het menu: de Column van de Dag.

Elke dinsdag in deze vaste rubriek de column zoals die in onze sportkatern stond afgelopen maandag. De column wordt altijd geschreven door een van de sportverslaggevers van de sportredactie van het Friesch Dagblad. Dit keer Edward Jorna.  (opgelet: hij heeft er Friese citaten instaan…)

Rondje Wytgaard
Edward Jorna, Friesch Dagblad – 26 maart 2012
Uit ‘tactische overwegingen’, zo meldde het e-mailbericht, zou het klassieke rondje Wytgaard dit jaar niet aan de achterzijde van de voormalige herberg Brún Peerdsje beginnen maar bij de eerste ‘hikkepeal’ aan de Fopma’s reed. Ik kon me er wel wat bij voorstellen. Jarenlang had ik Hellinga’s Grêft omgelopen om tot de conclusie te komen dat in het aangrenzende omgeploegde perceel maïsland enkel lege nesten ons ten deel zouden vallen.
Dat ik Hellinga’s Grêft omzeilde en de anderen er met de polsstok, hun kameraard, in sublieme stijl overheen sprongen zat zo. Jaren eerder was de, naar later bleek, overjarige polsstok in tienduizenden splinters uiteengereten juist op het moment dat ik er met mijn krap aan honderd kilogram aan hing. Zij die nu nog springen waren ziek van het lachen geweest en ik ongelogen ook, maar het was wel het einde van mijn ljepcarrière geweest.
Enfin. Hier stonden we dus om 6.30 uur achter het stek en nog voordat we een bakje konden doen diende het eerste kansje zich al aan. Maar dat was nog niet alles: op de achtergrond, het moest op het land van oude Jan Roorda zijn, spatte een hijke als een bliksemschicht omhoog richting zijn vijand de roek. ‘In twakke’ vermoedde W. ‘In twakke’, antwoordde H. toen hij het nest ontwaarde.
Dit was een droomstart en dus konden we nu gerust de situatie in de wereld bespreken. Dat import Sietse Lap het eerste ei van Wytgaard had gevonden en zich daarmee van de Sjoerd Mulder bokaal had verzekerd werd hem van harte gegund. En trouwens, we moesten aan het einde van de dag niet vergeten het stukje moeras nabij de spoorwegovergang bij Wirdum te bezoeken. De fundering van een Amerikaanse windmolen lag daar nog en misschien zou Jappie, de wandelende windmolenprofessor, daar eens een stukje voor It Havenpypke voor kunnen schrijven.
Voordat we het konden hebben over het nut en vooral de vreugde over de nieuwe lestijden in het basisonderwijs slaakte J. een juichkreet. Voor zijn voeten lag een jentsje en na het twakke van twee jaar geleden vond hij dat hij onderhand als voorwaardig lid van de vogelclub mocht worden beschouwd. Dat vond S. ook, onderwijl welhaast routineus een ander jentsje oprapend.
Vier eieren en de klok had nog geen acht uur geslagen. Dit was een ongekende weelde en we lieten het ons welgevallen. De rest van de met zon overgoten dag hingen we tegen een stek of lagen op de rug op het land waar we waren opgegroeid. En oh ja, er was nog een sijke die met veel kabaal opspatte. Maar we lieten ons niet om de tuin leiden en voordat we ons aan het witbier zetten vergewisten we ons nog vlug van het vijfde en laatste eitje.
,,Mar heit”, zo vroeg zoonlief de andere ochtend. ,,Wat fynt de fûgel der dan fan?”
,,De fûgel?”, repeteerde ik de vraag. ,,De fûgel jonge, de fûgel kin net prate.”
* Reageren? Mail: sport@frieschdagblad.nl

Over Gerard Bos

Sportjournalist Friesch Dagblad www.desportjournalist.nl Twitter: @GerardBos

Geplaatst op 27 maart 2012, in Uncategorized. Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: